Steven Timmermans

Steven Timmermans,
 
zoon van Joost Cornelius en Anna Roelen, gedoopt te Dongen op 23 sep 1735, overleden te 's Gravenmoer 1 jan 1784, begraven 3 jan 1784, hij was 48 jaar oud.
 
Getrouwd ? met Maria Vermeulen, dr van Hermanus Vermeulen en Cornelia van Hooijdonk.
 
Maria is overleden te Dongen op 3 dec 1834, 94 jaar oud, bouwvrouw.
 
Uit dit huwelijk:
 
 
 
 
 
Uit de Gaarder impost begraven 1764-1785
's Gravenmoer.
 
Steven Timmermans is in 's Gravenmoer overleden en begraven, 1784.

 
 
In 1777 is zijn kind, 2 jaar oud, verdronken.
Ook zij is begraven in 's Gravenmoer.
In 1775 is Adriana gedoopt te Dongen.
 
Is de hele familie tussen 1775 en het overlijden van Steven 1784 in 's Gravenmoer woonachtig.
 
Na het overlijden van Steven ging zijn vrouw weer terug naar Dongen en hertrouwde met Cornelis Cornelissen Groenendaal, in 3 feb 1788.
 
Een van zijn dochters, Anna trouwde met Willem de Smit en bleef in 's Gravenmoer wonen. Waar ze in 1840 overleed.
 
 
 
 
 

 

Korte geschiedenis van 's Gravenmoer

 

Er was eerst een groot moeras ten zuiden van de Maas. Het lag dicht bij Dongen, Oosterhout en Loon op Zand. Krachtens het wildernisregaal (landsheerlijk recht) hoorde het gehele moerasgebied aan de graaf van Holland en de hertog van Brabant. Maar omdat de scheidingsgrens in dit wilde moer nogal vaag was, vormde dit gebied een voortdurende bron van strijd tussen Holland en Brabant. Zowel de graaf als de hertog gaven land uit om te ontginnen. (Omstreeks 1320) 
De ontginners hadden intussen kolonisten aangetrokken voor het moeren (turfsteken en dergelijke). De gezamenlijke ontginningen groeiden uit tot een gemeenschap die men Des Graven Moer noemde. In 1365 beschikte het gehucht zelfs over een kapelaan. De man had vanzelfsprekend de beschikking over een kapel. Deze werd later tot parochiekerk verheven.

Al in 1308 was op gezamenlijke kosten van Brabant en Holland een veenkanaal gegraven om de uitvoering van de ontginning mogelijk te maken en tevens om de turf af te kunnen voeren. De handel in turf was in de eerste tijd de voornaamste bron van bestaan voor de inwoners van 's Gravenmoer. Om alle produkten uit het moer te kunnen vervoeren was men op de scheepvaart aangewezen. 
 Daardoor beschikte 's Gravenmoer op den duur over een vrij groot aantal turfaken of Geubels, die op de eigen scheepswerf in de haven gebouwd werden. Doordat 's Gravenmoerse schepelingen overal kwamen, werd hun gezichtsveld wat ruimer dan dat van de meeste dorpelingen uit de omgeving. Zo maakten ze in de zestiende eeuw al snel met de reformatie kennis. Zij brachten de 'nije leer' mee naar hun dorp. Dat had uiteindelijk tot gevolg dat de meerderheid van de bevolking protestant werd. Er wordt zelfs beweerd dat op een gegeven moment de pastoor met zijn gehele parochie protestant werd. In 1610 kwam de eerste predikant in 's Gravenmoer. En heden ten dagen is 's Gravenmoer nog steeds overwegend protestant.

 
De katholieken die er wonen gaan in het nabij gelegen Dongen of Waspik ter kerke. In de Franse tijd werd de Langstraat, waar 's Gravenmoer ook bij hoort, bij Brabant ingedeeld. En zo is 's Gravenmoer dan nu met recht een protestantse enclave in het katholieke Brabant. Op den duur raakte het gehele moer ontgonnen. Uiteraard kwam er toen een eind aan de turfhandel. Daardoor verdween ook de scheepvaart geheel uit het dorpsbeeld. In het begin van deze eeuw bedreven veel vrouwen en meisjes nog het kantklossen. Verder was er nog wat schoenindustrie, evenals elders in de Langstraat. Er is veel verdwenen, maar de oude turfvaart met zijn aantrekkelijke bruggen herinnert nog aan de tijden van weleer. 's Gravenmoer gelegen in een polder aan het riviertje de Donge, te midden van veel groen, is na een nogal eens rumoerige en afwisselende geschiedenis, nu een mooi en vredig dorp. 

Uit het reformatorisch dagblad van 5 december 1990 
door C.J. Hoogland